"Certainly, travel is more than the seeing of sights;
  it is a change that goes on, deep and permanent,
  in the ideas of living."
  (Miriam Beard)

 

 

Home
Landen overzicht
Land informatie
Route
Reisverslag
Foto's
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

2opreis.com

Laos-Cambodja

 


Land en landschap

Laos, met als hoofdstad Vientiane, ligt ingesloten tussen China, Myanmar, Thailand, Cambodja en Vietnam. Het ontbreken van een kustlijn is een van de redenen voor het isolement waarin het land eeuwenlang verkeerd heeft. De 236.000 km≤ die Laos beslaat (ongeveer 3,5 keer zo groot als Nederland en BelgiŽ samen), worden gedomineerd door bergen en rivieren. Bijna 70% van het land bestaat uit bergen en plateaus van gemiddeld 2000 m hoog. De hoogste berg (2820m) is de Phu Bia en ligt in de noordelijke provincie Xieng Khuang. Het noorden is het meest bergachtige deel van Laos. De bergketens van de Cordillera van Annam domineren het landschap in het zuidoosten van het land. Dit berglandschap is met een maximale hoogte van 2000 m lager dan het noorden, maar het is zwaar bebost en vormt een woeste natuurlijke grens met Vietnam. Het zuidelijk deel van de Cordillera gaat over in het plateau van Boloven, een belangrijke producent van koffie en thee. Het landschap in het zuiden en zuidwesten staat in het teken van de Mekong (Nam Mae Khong). Deze belangrijkste rivier komt vanuit China Laos binnen. De rivier is nog altijd 'damloos' en er zijn geen grote steden of industriegebieden te vinden aan de oevers. De lengte van de Mekong is op Laotiaans grondgebied ruim 1800 km en vormt voor een groot deel de grens tussen Thailand en Laos. De Mekong is, door het ontbreken van redelijke verkeerswegen, een belangrijke verkeersader. Maar alleen het traject tussen Luang Prabang en Savannakhet is het hele jaar door bevaarbaar. Aan het eind van het droge seizoen (maart-mei) als het water het laagste peil heeft bereikt, komt een deel van de scheepvaart tot stilstand of beperkt zich tot bootjes met een geringe diepgang.

Cambodja is met 181.035 km≤ een van de kleinste landen van Zuidoost-AziŽ en is nagenoeg cirkelvormig. In het noorden grenst Cambodja aan Thailand en Laos, in het westen aan Thailand en in het oosten aan Vietnam. De Golf van Thailand ligt ten zuiden van Cambodja. Cambodja is voor 70% bedekt met bossen en oerwoud. 5% van het land bestaat uit rivieren en meren. De rivier de Mekong en het Tonle Sap Meer vormen de belangrijkste natuurlijke kenmerken. Tot de stad Kratie in het noordoosten van het land is de Mekong het hele jaar door bevaarbaar. De meest belangrijke regio is de centrale vlakte, die door de Mekong erg vruchtbaar is. Duizenden jaren geleden is deze laagvlakte een enorme baai in de Grote Oceaan geweest. De Cardamonketen vormde in die tijd de zuidwestkust van het vasteland. De Mekong heeft deze baai geleidelijk met sediment opgevuld, waardoor een vruchtbare vlakte ontstond, waar grote rivieren en hun zijrivieren doorheen stroomden. Nog steeds breidt de Mekongdelta zich door aanslibbing steeds verder in zee uit.

Bevolking
De bevolking van Laos telt slechts 4,5 miljoen zielen (21 per km≤, Nederland is 25 maal dichter bevolkt). Terwijl het buurland Thailand inmiddels een redelijk ontwikkeld land is met een goede infrastructuur en grote steden, is Laos een land waar de rivieren de belangrijkste routes zijn, en de mensen voor 90% in afgelegen dorpen wonen die bereikbaar zijn via geitenpaadjes. De grootste stad van Laos is Vientiane, de hoofdstad, waar 200.000 inwoners leven. Luang Prabang is de derde stad van het land met 63.000 inwoners in de regio en 16.000 in de stad zelf, niet veel groter dan een flink dorp in Nederland. Ongeveer 85% van de Laotianen behoren tot duidelijk etnisch getinte groepen. Zo'n 20% behoort tot de Thaise stammen, een kwart behoort tot de Maleisische en Khmer stammen en zo'n 20% behoort tot de stammen die hoger in de bergen wonen en voornamelijk behoren tot de Hmong en Mien. De Lao zelf verdelen zich volgens een classificatie die meer te maken heeft met hoe hoog ze leven in de bergen. Officieel wonen er in Laos 68 volkeren, elk met hun eigen cultuur.

Cambodja heeft ca. 13 miljoen inwoners. In 1970 waren dit er maar 6-7 miljoen. Vanwege oorlogen en burgeroorlogen, maar vooral vanwege het schrikbewind van de Rode Khmer (1975 tot 1979) zijn ťťn tot drie miljoen mensen om het leven gekomen. De etnische minderheden de Cham en de Malai werden vanwege hun islamitische geloof op gruwelijke wijze door de Rode Khmer vervolgd (naar men zegt, werd meer dan de helft van de Cham- minderheid vermoord), net als veel Chinezen en Vietnamezen. Ook op dit moment zijn het de Vietnamezen die worden lastig gevallen. Cambodja heeft momenteel een zeer hoge bevolkingsgroei. De hoofdstad Phnom Penh is de grootste stad met een populatie van ongeveer 1 miljoen zielen. De belangrijkste bevolkingsgroep van het land zijn de Khmer (90% van de bevolking). Dit betekent dat Cambodja een voor deze regio bijzonder homogene bevolking heeft. 3% van de bevolking bestaat uit Chinezen en 4% uit Vietnamezen. De Khmer beschouwen zichzelf als afstammelingen van de legendarische Brahmaan Kambu, naar wie Cambodja is genoemd. De Rode Khmer gaf het land de naam Kampuchea, maar sinds 1989 heet het weer Cambodja. Tussen de Khmer en hun buurvolken, de Vietnamezen, Loatianen en Thai, bestaan opmerkelijke verschillen in uiterlijk en mentaliteit. De Khmer zijn gemiddeld ongeveer 165 cm groot en hebben een sierlijk en krachtig postuur. Naast hun ronde gezichten zie je ook brede gezichten met een hoekige kin, die doen denken aan de gelaatstrekken op de reliŽfs van Angkor. De Khmer kennen een systeem van wederzijdse hulp en werken samen tijdens de verbouw en oogst van de rijst. Daarbuiten zijn ze tamelijk individualistisch en neigen naar passiviteit en lijdzaamheid. Winstbejag, ondernemingszin en handel liggen hen niet. Hun denken wordt sterk beÔnvloed door animistische ideeŽn en het boeddhisme, dat meer op het toekomstige dan op het huidige leven is gericht. Succesvolle zakenlieden in Cambodja zijn veelal Chinezen of ze stammen af van de Chinezen.

De stammen van Laos
In heel Laos wonen diverse bergstammen. Elke stam heeft zijn eigen taal, gewoontes, klederdracht en spirituele gedachten. De meeste stammen zijn half-nomaden en zijn de afgelopen 200 jaar geŽmigreerd uit Tibet, Myanmar en China. Andere groepen zijn al veel langer in Laos. Bij de bergstammen in Laos zijn de meeste dorpen nog nooit door een toerist bezocht. Hieronder een korte beschrijving van enkele van de volkeren:

De Karen (Yang of Kariang) komen van oorsprong uit Myanmar. Onder de Karen vindt men boeddhisten, christenen en animisten. Er komen nog steeds vanuit Myanmar Karen de Thaise en Laotiaanse grens over, vluchtend voor het regime daar. Er zijn vier Karen-groepen: de Witte Karen, Pwo Karen, Zwarte Karen (Pa-O) en Rode Karen (Kayah). Deze namen verwijzen naar de dominante kleur bij hun veelkleurige klederdracht. De Karen zijn bekwame zilversmeden, en hun weef- en borduurwerk is prachtig van kwaliteit. Ze passen het zogenaamde ikat-werk toe; de draden worden vůůr het weven in een bepaald patroon geverfd. De verfstoffen daarvoor zijn het geheim van het dorp; er worden slechts natuurlijke stoffen gebruikt.

De Yao (Mien) zijn artiesten in zilver- en borduurwerk. De vrouwen dragen zwarte jasjes en broeken, gedecoreerd met borduurwerk en rode 'bontachtige' kragen, en op hun hoofd grote blauwe of zwarte tulbanden. Bij feestelijkheden dragen de Yao zilveren sieraden. Hun nederzettingen zijn vaak bij bergbronnen tussen de 1000 en 1200 m hoogte. De huizen zijn gemaakt van bamboe en de daken reiken bijna tot aan de grond. De vloer wordt (behalve in het slaapgedeelte) onbedekt gelaten. Zij verbouwen rijst, maÔs en opium. Van oorsprong komen de Yao uit Centraal-China. De Chinese karakters worden ook nu nog gebruikt om de Yao-taal te schrijven. De Yao hebben een diep vooroudergeloof; het altaar in het huis is de plaats waar de voorouders voortleven. Ze kennen hun voorgeslacht bij naam en toenaam en het is uniek onder de volkeren dat de Yao een geschreven stamboom hebben, die honderden jaren teruggaat. Yao geloven in geesten en zijn er over het algemeen bijzonder bang voor. In elk huis zijn wel belangrijke voorwerpen om de geesten mild te stemmen. Medische hulp is er onbekend. Bij geboorte, ziekte of overlijden komt de toverdokter, die helpt door het uitspreken van magische formules en het verrichten van rituele handelingen. De Yao zijn vrij in hun seksuele beleving. Jonge mensen kunnen openlijk en vrij seks bedrijven, en het is niet noodzakelijk om te trouwen. Vrouwen mogen van de ene naar de andere man gaan en zijn bij de verschillende ouders welkom. Onwettige kinderen worden hartelijk in de families opgenomen. Toch vinden er ook traditionele trouwerijen plaats, waarbij een bruidsschat wordt betaald door de bruidegom. In Laos heb je 60.000 Yao; ze zijn er in bevolkingsaantal de tweede groep van de bergbewoners.

De Hmong (Meo, Miao of Maew) zijn animisten. Ze komen van origine uit Zuid-China en zijn in aantal (200.000 leden) de grootste groep in Laos. Ze leven gewoonlijk in berggebieden en plateaus boven de 1000 m. Er zijn blauwe of zwarte, witte, rode en gestreepte Meo. Deze vier groepen spreken dezelfde taal en kunnen het goed met elkaar vinden. De kleur houdt verband met de kleding die ze dragen. Hun klederdracht bestaat uit simpele zwarte jasjes en zwarte of indigo wijde broeken met gestreepte randen of indigo rokken, en zilveren sieraden. De meeste vrouwen dragen hun haar in een grote knot. De Hmong staan bekend als zilversmeden en wevers. Opvallend zijn de holle zilveren armbanden, waarvan ze er soms drie of meer dragen. Ook zijn het zonder overdrijven de grootste naaldkunstenaars: wie het borduur- en appliquťwerk ziet, zal dat graag in zijn bezit willen hebben. De Hmongvrouwen doen het zware werk en jagen op wild in de bossen. De mannen vermaken zich in en rond het dorp en velen roken opium. Polygamie is toegestaan. Wat betreft de seksuele beleving houdt men er dezelfde gewoonten op na als de Yao. Ouders dienen wel toestemming te geven voor een huwelijk en de familie van de toekomstige man dient een bruidsschat te betalen. De Hmong geloven in een geest die hun dorp beschermt tegen kwade invloeden. Voor de huisvesting van de geest is een boom in de directe nabijheid van het dorp uitgehold. Ook in elk huis zijn diverse geesten aanwezig, die verblijven in de deuropening, de vuurplaats en de slaapkamer. Voor de machtigste geest heeft ieder huis een klein altaartje, gevormd door een wit stuk papier. Een Hmong huis mag je alleen betreden op uitnodiging van een mannelijke bewoner. Als er zich geen mannen in het huis bevinden, zul je ook niet worden uitgenodigd. De Hmong verbouwen rijst, maÔs en opium.

De Lahu (Musoe of Musor) komen van oorsprong uit Tibet en de Chinese provincie Yunnan. Hun bamboe huizen zijn eenvoudig en bestaan uit slechts ťťn ruimte. Zes ŗ negen palen dragen wanden en dak. In het midden is een haardvuur waarop gekookt wordt. Anders dan bij de Meo en de Yao werken de mannen lange dagen op de velden. Ze verbouwen dezelfde producten als de Meo. De vrouwen helpen mee op de akkers, maar houden zich voornamelijk bezig met de kinderen. Ook zijn ze zeer bekwaam in weven en borduren. Van jonge meisjes wordt verwacht dat ze hun eigen huwelijkskleding en die van hun bruidegom maken. De mannen zijn zeer handvaardig in het maken van landbouwwerktuigen en gebruiksvoorwerpen. Ook maken ze prachtige sieraden. De vrouwen van de Lahu dragen zwarte en rode jasjes en strakke rokken. De mannen hebben heldergroene of blauwgroene wijde broeken. Ook de Lahu hebben verschillende groepen, die verwijzen naar de dominante klederdrachtkleur (rood, wit, geel, zwart). Ze zijn bij toeristen ook bekend om hun prachtige rijkelijk gekleurde schoudertassen. Lahu zijn animisten en christenen. Ze geloven in een dorpsgeest, waarbij diverse lagere geesten direct verantwoordelijk zijn voor goed of kwaad. Lahu zijn voortdurend op hun hoede voor boze geesten en elk gedrag dat niet past in het traditionele patroon wordt gezien als een beÔnvloeding door een boze geest, die door een geestelijk dorpsleider of medicijnman moet worden uitgedreven. Ook ziektes worden op deze manier bestreden.

De Akha (I-kaw, Kaw, Iko of Igor) komen uit de Chinese provincie Yunnan en wonen tegenwoordig in paalhuizen verspreid over Thailand, Laos, Myanmar en Zuid-China. Hun huizen staan vaak hoog op een heuvel, ver van een waterbron en om water te halen moeten ze naar beneden. De huizen van de Akha zijn net zo gebouwd als die van de Meo en de Yao, alleen hebben ze een plankier boven de grond als vloer. Er is een apart gedeelte in huis voor de mannen en een apart deel voor de vrouwen. Akha zijn herkenbaar aan de onafscheidelijke pijp, een puntig soort hoofdtooi en een soort jak dat over het blote lichaam wordt gedragen. De halssieraden van de Akha zijn plat en massief. Aan een halsband hangt doorgaans een grote ronde zilveren schijf; aan hun hoofdtooi dragen ze trossen zilveren munten. Ook de Akha zijn goede wevers. Bijna constant zijn vrouwen en meisjes bezig katoen te spinnen; zelfs op weg naar akker of markt kom je ze tegen met een spintol in de hand. Akha tradities zijn diep geworteld en houden geen verband met enige bestaande religie, zoals het boeddhisme of het christendom. Hoewel er in het algemeen veel vergelijkingen met het animisme te trekken zijn, doen ze alles op hun manier, de 'Akhastijl', die op een aantal punten werkelijk geen aanknopingspunt heeft met de levensstijl van de volkeren om hen heen. Het zijn animisten, die aan voorouderverering doen. Voor ieder Akhadorp staat een poort met aan weerszijden houten poppen (een man en een vrouw), die dienen om de geesten buiten het dorp te houden. Ieder jaar worden de poorten vernieuwd en opnieuw gewijd. De oude poorten blijven staan, zodat er soms een soort tunnel ontstaat. Ook het huisaltaar speelt een zeer belangrijke rol; er bevinden zich o.a. drie mandjes gevuld met rijst, een offering van voedsel aan de voorouders. De Akha vereren de hond en het is dan ook zaak je niet angstig of agressief tegenover deze dieren te gedragen. Bij belangrijke evenementen wordt een hond geofferd. Als je wordt uitgenodigd een huis te betreden, kun je dit niet weigeren. Soms biedt men je iets te eten of te drinken aan. De nationale lekkernij van de Akha is muis. Wanneer je hondensoep krijgt aangeboden, ben je wel heel erg in de smaak gevallen. De meeste Akha kunnen lezen noch schrijven en het schijnt ze ook niet te interesseren.

De Lenten zijn nauw verwant aan de Yao (Mien). Ze wonen uitsluitend in de lager gelegen rivierdalen van Laos, en worden daarom ook wel de 'Lao van de rivier' genoemd. De Lenten zijn voornamelijk te vinden in de provincies Bokeo en Luang Namtha (omgeving van Muang Sing). Ze leven van de rijstbouw op geÔrrigeerde akkers. Opium verbouwen ze alleen voor eigen gebruik. Met de voltallige familie wonen ze in grote bamboe huizen met een rieten dak. De naam 'Lenten' danken ze aan de kleur van hun kleding; zowel de mannen als de vrouwen dragen katoenen kleding die met indigo blauw is geverfd. De vrouwen zijn herkenbaar aan een zilveren munt in het opgestoken haar en aan het ontbreken van wenkbrauwen, die bij het begin van de pubertijd worden geŽpileerd.

De Lisu (Lisaw) is in Laos een klein, maar trots volk. Ze komen oorspronkelijk uit Tibet. Lisu bouwen woningen op heuveltoppen die zijn omgeven door andere heuvels, zodat ze hun 'vijanden' kunnen zien aankomen en zelf voldoende beschut zijn. De varkensstal, kippenren en paardenstal worden tegen de huizen aan gebouwd. Opvallend in de Lisudorpen zijn de bamboe waterleidingen, die water vanaf vergelegen waterbronnen naar het dorp voeren, vaak kilometers lang. De Lisu verbouwen rijst en maÔs, maar ook grote hoeveelheden papaver. De Lisumannen gebruiken echter heel wat minder opium dan de Meo, bij wie veel verslaving voorkomt. De vrouwen dragen lange veelkleurige tunieken over hun broeken en soms zwarte tulbanden. Zware zilveren sieraden completeren het kostuum. De mannen doen qua kleding niet onder voor de vrouwen; ook hun kleren zijn veelkleurig en ook zij dragen sieraden. Sommige mannen dragen ťťn oorring. De vrouwen hebben het niet gemakkelijk in een Lisugemeenschap, want ze worden vaak als slaven behandeld. Het huwelijksfeest wordt uitgebreid gevierd, maar daarna is het uit met de pret. Van de vrouwen wordt verwacht dat ze hard werken, zich nergens mee bemoeien en niet klagen. Seks voor het huwelijk is algemeen, net als de vrijheid in keuze van een huwelijkspartner. Voorouderverering speelt ook bij de Lisu een belangrijke rol. De Lisu groeten niet, niet als ze komen en niet als ze gaan. Dat kan heel verwarrend zijn en heeft niets met boosheid te maken.

Boeddhisme
Als je reist door Indo-China kom je uiteraard in contact met het boeddhisme. Overal in Laos en Cambodja zie je de in oranje pijen geklede monniken, nonnen, boeddhabeelden en sierlijke wats (tempels). Ongeveer 95 % van de bevolking is er aanhanger van het Theravada-boeddhisme een zeer oude vorm van boeddhisme, die voornamelijk in Thailand, Myanmar, Laos, Cambodja en Sri Lanka wordt aangehangen. Het boeddhisme is geen godsdienst in de strikte zin van het woord. Boeddhisten zijn aanhangers van de leer van Siddhartha Gautama, een prins die zo'n 2500 jaar geleden in Noord-India een levensleer verkondigde, die in feite bedoeld was om het verstarde hindoeÔsme van die tijd te hervormen. Hij bereikte in zijn leven de verlichting en ging de geschiedenis in als de Boeddha. Zijn levensleer zegt al dat het wel of niet bestaan van een god of goden feitelijk van ondergeschikt belang is voor de boeddhisten. In navolging van het hindoeÔsme beweert de Boeddha dat alles wat bestaat een eeuwige opeenvolging is van ontstaan en vergaan (reÔncarnatie), waaraan in principe niets kan ontsnappen; niet de goden, niet het universum, niet de mensen. Het is hem, de Boeddha, echter wel gelukt om uit dit eeuwige rad van wedergeboorten los te komen. Zijn leer is een ontsnappingsmethode naar het nirvana, een staat van tijdloze rust en eenheid met alles. De eerste grote boeddhistische waarheid is dat alle leven lijden is. Dit lijden is het gevolg van onze begeerten. Door het opheffen van die begeerten kan men een einde maken aan het lijden. De laatste grote waarheid verwijst dan naar de manier om die verlangens op te heffen, namelijk door het bewandelen van de juiste weg. Die juiste weg bestaat uit een systeem van denken en handelen dat ervoor zorgt dat het karma, van degene die hem bewandelt, verbetert. Karma is een soort optelsom van alle goede en slechte gedachten en handelingen uit dit en vorige levens; een verantwoording voor het geleefde leven. Naarmate het karma verbetert door het bewandelen van de juiste weg, reÔncarneert men in reinere vormen. Tenslotte bereikt men het stadium van boddhisattva, waarin men niets anders meer verlangt dan het geluk van alle anderen. Vervolgens lost men op in het nirvana, de staat van verlichting waarin men beseft dat alles wat bestaat illusie is en slechts een luchtspiegeling van een ondeelbare eenheid die in zichzelf rust. De meeste Laotiaanse en Cambodjaanse boeddhisten zijn er niet zozeer op uit om het nirvana te bereiken. Ze gaan ervan uit dat het nirvana is weggelegd voor sommige monniken en niet voor de gewone mensen. Door goed te doen proberen ze de cyclus van wedergeboorte zo voordelig mogelijk te beÔnvloeden. Dat kan bijvoorbeeld door het geven van geschenken aan de plaatselijke wat (tempel), de verering in de wat, het voeden van bedelmonniken, het helpen van een sangha (monnikenorde) of het (tijdelijk) intreden in een klooster. Ook mediteren en het ondernemen van pelgrimstochten behoren hiertoe. Het boeddhisme neemt in het dagelijks leven een zeer belangrijke plaats in. Dit komt duidelijk naar voren tijdens de religieuze feestdagen en festivals, meestal met volle maan. Arm of rijk, iedereen helpt de bedelmonniken aan een schep rijst, gaat regelmatig naar de wat en heeft in zijn huis een altaar voor boeddha. Streng in de leer zijn de meeste Lao en Cambodjanen niet, maar in het algemeen wel devoot. Een dagelijks zichtbaar symbool is het bladgoud op de boeddha's. De flinterdunne stukjes goudfolie worden verkocht in kleine boekjes en in de tempel op een boeddha gedrukt. Vooral het hoofd (om wijsheid te krijgen), de borst (vriendelijkheid en gezondheid) en de mond (goed spraakvermogen) zijn populair. Van iedere man wordt verwacht dat hij gedurende korte tijd monnik wordt. Meestal gebeurt dat nadat hij van school komt en voordat hij aan zijn carriŤre gaat beginnen. Sommige monniken blijven de rest van hun leven in het klooster. Voor de plattelandsfamilies betekent dat laatste veel: een monnik in de familie betekent geluk en aanzien.

Animisme
Na boeddhisme is dit de grootste godsdienst van Laos. Deze natuurgodsdienst dateert uit de tijd vůůr de komst van het boeddhisme. Volgens animisten is alle materie 'bezield' en huizen er geesten in ieder mens, dier en voorwerp. Vele honderden geesten wonen in bossen, rivieren en heuvels. Hoewel de verering van geesten (phi) in Laos verboden is, speelt het een belangrijke rol in het leven van veel bewoners. Het tevreden stellen van geesten is een integraal onderdeel geworden van het Laotiaanse (en Thaise) boeddhisme en aanbidding van beschermgeesten vindt zelfs in tempels plaats. Tatoeages en gezegende amuletten (phra phum) met beeltenissen van Boeddha of beroemde monniken moeten geluk brengen of beschermen tegen kwade invloeden. Wie bezeten is door de duivel of een kwade geest, gaat naar een sjamaan, medicijnman of geestenbezweerder. In de tuin of op het terrein van vrijwel elk Thais huis, kantoor of openbaar gebouw staat een geesthuisje (phra phi), een miniatuurhuisje dat vaak op een zuil staat en de vorm heeft van een kleine tempel. Ze zijn bedoeld als huizen voor de geesten die op dat speciale stuk land wonen. Mensen hebben dat land in gebruik genomen, maar de geesten moeten toch een eigen onderkomen hebben, zodat ze niet boos worden en dan onheil brengen. Om de geesten tevreden te houden, moeten er voortdurend voedseloffers en kransen bij worden gezet. Verschillende bergvolkeren zoals de Hmong, Yao, Akha en Lisu geloven niet alleen in animisme, maar doen ook aan voorouderverering. Deze gewoonte om de zielen van overleden familieleden te aanbidden, hebben ze vanuit China meegenomen naar Laos en Thailand. Naast de boeddhisten en animisten zijn er in Cambodja en Laos aanhangers van de islam en het christendom, hindoes, taoÔsten en confucianisten.

Hoofd en voeten
Iemands hoofd aanraken is hoogst onbetamelijk in Laos en Cambodja. Zelfs kinderen even een vriendelijk aaitje over de bol geven. Het hoofd geldt als de woonplaats van de ziel en is dus het 'hoogste' lichaamsdeel, dat dan ook het meest geŽerbiedigd moet worden. Lang geleden moesten zelfs beulen zich bij hun slachtoffers verontschuldigen voor het 'aanraken' van hun hoofden. Uiteraard geldt dit taboe niet voor kappers, masseurs en oorartsen. Iemand wenken in Laos doe je met de handpalm naar beneden en een snelle beweging van de vingers naar je toe. Wijs nooit met een vinger naar een persoon. Dat is een teken van gebrek aan eerbied voor de betrokken persoon en degradeert hem/haar tot een 'minderwaardig' mens. In het verleden wezen alleen heersers op die manier hun slaven aan, en dan was er meestal niet veel goeds te verwachten. In plaats van met de vinger te wijzen kun je beter iemand aanduiden met een kort hoofdknikje, dat getuigt van fijngevoeligheid en fatsoen. De voet gebruiken om iemand aan te wijzen is nog minderwaardiger dan het al zo beledigende wijzen met de vinger. De voeten zijn de tegenpool van het hoofd en worden voor onrein gehouden, omdat ze het gemakkelijkst met vuiligheid in aanraking komen.

Tempelbezoek
Bezoeken aan alle heiligdommen in Laos dient blootshoofds te gebeuren en op blote voeten. Als je om een pagode heen loopt, doe dat dan met de wijzers van de klok mee. Draag je je schoenen in de hand, dan houd je ze het best in de buitenste, de linkerhand, want schoenen gelden, net als voeten, als onrein en mogen daarom niet naar de heilige plaats wijzen. Ga je met je voeten in de richting van een boeddhabeeld of monnik zitten, dan maak je je schuldig aan een grove belediging. Foto's van een toerist voor een boeddhabeeld worden niet op prijs gesteld.

Aanwijzingen voor de omgang met monniken
Een monnik mag niet worden aangeraakt, vooral niet door vrouwen. Als een vrouw toch een monnik aanraakt, moet deze laatste zich onderwerpen aan gecompliceerde reinigingsceremoniŽn (abatt). Wil je als vrouw iets overhandigen aan een monnik, doe dat dan via een man of door het neer te leggen. Ga als vrouw in het openbaar vervoer ook niet pal naast een monnik zitten, maar zorg dat er een man tussen zit. Het geldt als bijzonder onhoffelijk om monniken in de weg te lopen of voor zittende monniken te blijven staan. Niemand mag, uit respect, boven een monnik uitsteken en daarom moet je ook gaan zitten of minstens doen alsof je je klein maakt. Monniken mogen trouwens geen geld aannemen, wel voedsel of iets te drinken. Vanzelfsprekend zijn niet alle monniken recht in de leer.

Kleding
Cambodjaanse vrouwen wikkelen een katoenen, zijden of kunststof doek tot een enkellange, strakke rok om hun heupen. Een dergelijke sampot is meestal donker met een onopvallend patroon, maar op feestdagen worden felgekleurde sampot gedragen. De iets kortere sarong van de mannen wordt zowel tijdens feestelijke gelegenheden als bij het werk op het land gedragen. Tijdens het werk trekken de boeren een slip van hun sarong tussen hun benen door, zodat een soort pofbroek ontstaat. Mannen dragen hier een kort, vrouwen een iets langer jasje. Het haar wordt op verschillende manieren gedragen. Een strooien hoed dient als bescherming tegen regen of zon. De krama is een rood- of blauwwit geblokte, smalle katoenen of zijden doek van minstens een meter lang, die wordt gebruikt als hoofdbedekking, sjaal, sjerp of riem, maar ook als draagdoek voor kleine kinderen of boodschappen. Lao kleden zich graag formeel voor bepaalde gebeurtenissen. Lao zijn minnaars van schoonheid, die een medemens grotendeels op het uiterlijk beoordelen. Keurige kleding suggereert zorgeloze welvaart. Een ongewassen haardos, transpiratiegeur en (ongewassen) sjofele kleding maken het gezichtsverlies totaal. Een korte broek is in huiselijke kring geen probleem. Maar in het openbaar wordt het dragen van shorts als niet netjes gezien. Bij het bezoeken van tempels dienen met name vrouwen er voor te zorgen dat armen en benen bedekt zijn.

Omgangsvormen
Meningsverschillen tussen mensen worden in Aziatische landen als Laos zelden openlijk geuit. Je geduld verliezen, boos worden of een woordenwisseling in het openbaar betekenen namelijk 'gezichtsverlies'. Confrontaties worden het liefst uit de weg gegaan, om anderen niet in verlegenheid te brengen. Kritiek wordt direct als een persoonlijke belediging ervaren. Ook het uiten van positieve emoties als genegenheid, gebeuren subtieler dan wij gewend zijn. Het in het openbaar tonen van affectie (zoals zoenen) tussen verschillende geslachten wordt niet op prijs gesteld. Daarentegen lopen jongens met jongens en meisjes met meisjes vaak hand in hand, zonder enige bijbetekenis. Bij officiŽle of religieuze bijeenkomsten zitten vrouwen en mannen vaak apart.

Nieuwsgierigheid
Het stellen van allerlei persoonlijke vragen over leeftijd, salaris, religie en andere privť-aangelegenheden is de gewoonste zaak van de wereld. Zeker in gebieden waar weinig buitenlanders komen, heb je de kans op een oploopje als je verschijnt. De mensen willen van alles van je weten, en zullen misschien zelfs aan je haar voelen om te kijken of het echt is. Anderen zullen naar je toe komen voor een praatje, gewoon even om hun Engels te oefenen.

Onderhandelen
Onderhandelen is een algemeen verschijnsel in Cambodja en Laos. Je wordt verwacht te onderhandelen op de markt en in toeristenwinkels, in taxi's zonder meter, tuk-tuks (gemotoriseerde driewielige riksja's), samlors/cyclo's (fietsriksja's). Wie de hele dag een cyclo nodig heeft, kan beter een dagprijs afspreken. In songthaews (kleine pick-ups) en lokale bussen die vaste routes rijden hoef je niet te onderhandelen. Onderhandelen is overigens een sociale bezigheid en niet een zaak van leven of dood! Blijf goedgehumeurd.

Drugs
Laat je niet verleiden om het eens te proberen. Op reis in Laos of  Cambodja word je wellicht een pijpje opium aangeboden en dat lijkt onschuldig. Toch niet doen! Je bent in overtreding. Er zijn gevallen bekend dat drugs in de tas van toeristen werden gestopt en dat daarna de politie gewaarschuwd werd. Je hebt dan geen goed verhaal. De straffen op het bezit van drugs zijn zeer hoog.

Cambodjaanse geesten
De Cambodjanen vereren van oudsher natuurkrachten, zoals de geesten van de wind, het water, de aarde en de vruchtbaarheid, van wier gedrag de oogst en daarmee het leven van de mens afhangt. Zij offeren vruchten, wierook en dieren aan deze geesten. Vroeger werden ook mensenoffers gebracht. De grootste verering valt toe aan de aardgeesten (neak ta), die heersen over een rijstveld, een dorp, een regio of zelfs over het hele land. De voorouders, met name de opperhoofden, worden na hun dood beschermgeesten (arak) die over de voorspoed van de familie en het land waken. Zij manifesteren zich in grote, onbewerkte stenen of bewerkte cultusstenen, die enigszins op menhirs lijken en als vergoddelijkte voorouders worden vereerd. Het symbool voor water is de slang (naga) in de gestalte van een veelkoppige cobra. De cultus van de natuurgeesten is tot op heden in alle lagen van de bevolking bewaard gebleven en maakt deel uit van de grote boeddhistische jaarfeesten.

Kunst
Beeldhouwkunst, schilderkunst en bouwkunst zijn in Laos en Cambodja het sterkst beÔnvloed door de religie. De beeldhouwkunst heeft zich vrijwel uitsluitend geconcentreerd op afbeeldingen van de boeddha. Ze werden in de eerste plaats niet gecreŽerd als kunstvoorwerpen, maar om de toeschouwer aan het geloof te herinneren. Beeldhouwkunst is verder te zien als tempelversiering in de vorm van demonische of mythologische wezens, menselijk, dierlijk of een fantastische combinatie van beiden. De bouwkunst is prachtig in tempelgebouwen en pagoden. Kenmerken die de tempels gemeenschappelijk hebben zijn de in vele verdiepingen opgebouwde daken met ver uitstekende dakranden en een rijkdom aan decoratieve details, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. Pagodes komen het meest voor in de vorm van chedi's, klokvormig met sierlijk toelopende punten, of als Khmer prangs, spitsen in de vorm van een vinger. De Khmercultuur heeft prachtige kunstwerken in Cambodja voortgebracht. Bij de Khmerkunst staat architectuur centraal. Zo zijn de tempels van Angkor uniek. Maar ook de sculpturen die in de tempels gevonden zijn, zijn prachtig. Vooral de beelden in brons en steen zijn het bekijken waard. Veel van de kunst staat in het teken van het geloof. Daarom zul je veel boeddhabeelden aantreffen. Voor een overzicht van Khmerkunst door de eeuwen heen kun je in het Nationaal Museum in Phnom Penh terecht. Ook de traditionele huizen zijn erg apart. Deze woningen bestonden uit teakhouten panelen, steile zadeldaken en sierlijk houtsnijwerk. De Cambodjaanse paalwoningen op het platteland worden pteah genoemd; ze bestaan, al naar de rijkdom van de bezitter, uit wanden van gevlochten matten of van minder kwetsbaar materiaal, zoals hardhouten palen en planken. De daken zijn meestal bedekt met stro of palmbladeren, al worden tegenwoordig ook wel dakpannen of golfplaat gebruikt.

Angkor
Zonder twijfel is Angkor in Cambodja ťťn van 's werelds best bewaarde schatten en hoort het thuis in het rijtje van de piramides van Egypte en de Parthenon van Athene. Angkor is de plaats waar de Khmer koningen woonden van de 9de tot de 12de eeuw. Angkor was in die tijd een ver ontwikkelde beschaving, Dat is te zien aan de tempels, de bouwwerken en aan het ingewikkelde irrigatiesysteem. Tegenwoordig is Angkor Wat een uitgestrekt archeologisch hoogstandje van meer dan 400 km≤ met meer dan 100 tempels. De gerestaureerde tempels en de tempels die half onder de wortels van de grote bomen verborgen zijn, weerspiegelen in een waterplas. Het lijkt een fata morgana, maar het is werkelijkheid. De tempels herbergen imposante wanddecoraties die interessante verhalen uitbeelden. De sierlijke uitgehouwen apsara's, de dansende vrouwenlichamen, worden door velen bezongen als de hoogste uitingsvorm van vrouwelijkheid die ooit door de mensheid is tot stand gebracht. Net zoals de garuda's, de mensenlichamen met vogelkoppen die de ingangen bewaken, zie je deze danseressen steeds weer terugkomen bij een tocht langs de tempels. Het bijzondere is dat al deze tempels en ruÔnes zijn gelegen temidden van de jungle. Ze lijken in een gewelddadig gevecht of gepassioneerde omstrengeling met dit oerwoud te zijn. De wortels omarmen de muren. Je ziet parapluvormige papajabomen, exotische insecten en vlinders.

De regering van Laos
In 1975 werd de koning van Laos, die in Luang Prabang woonde, afgezet en er kwam een socialistische regering voor in de plaats. De officiŽle naam van het land is Sathalanalat Pasathipatai Pasason Lao ofwel de Democratische Volksrepubliek van Laos. Het land is sindsdien door een communistische regering geleid, maar de etnische verhoudingen van het land zijn tot de dag van vandaag veel belangrijker dan het socialisme, dat weinig meer voor het land heeft gedaan dan het arm houden. Verzet tegen de regering is er nauwelijks. Voor een deel komt dat omdat het grootste deel van het leven nauwelijks wordt beÔnvloed door wat de regering besluit, en voor een deel omdat eenieder die het niet eens is met het leven in Laos, gewoon de Mekong rivier kan oversteken en in Thailand kan gaan wonen. De taal en cultuur zijn verwant, dus het valt nauwelijks op als een Lao in Thailand een leven opbouwt.

Festivals in Laos
Het aantal festivals in Laos is ongelooflijk. Het lijkt wel of er altijd ergens iets aan de gang is, vooral gedurende het koele seizoen tussen november en februari. Veel festivals zijn gekoppeld aan boeddhistische rituelen (zoals pelgrimstochten) en volgen de maankalender, zodat de feestdata ieder jaar anders zijn.
*    Februari: In Laos wordt het Boun Pha Wet gevierd, een feest rond de reÔncarnatie van prins Vessantara als Boeddha.
*    April: Nieuwjaar, Songkran, wordt gevierd in midden-april. Boeddhabeelden worden 'gebaad', aan monniken wordt respect getoond door water over hun handen te sprenkelen en de woningen worden grondig schoongemaakt. De menigte wordt gekoeld met sloot- en ijswater in dit festival dat plaatsvindt als het op zijn heetst is. Ook als toerist mag je dan verwachten drijfnat te worden gegooid door vrolijke Lao. Als je droog wilt blijven, kun je je het best even in je kamer opsluiten.
*    Mei: Het Visakha Busaa wordt gevierd in Laos. Het is een feest ter herdenking van geboorte, verlichting en overlijden van de Boeddha.
*    Augustus/september: In Laos wordt Hor Khao Padap Din gevierd, een betuiging van respect aan de doden. Tegelijkertijd wordt er in Luang Prabang Boun Suang Heua (met bootraces) gehouden.
*    Oktober/november: That Luang festival in Vientiane bij de gelijknamige tempel.

Festivals in Cambodja
*    April: Net als in een groot deel van de andere Aziatische landen kent Cambodja offerfeesten. Zo wordt in april het driedaagse feest Bonn Chaul Chnam (nieuwjaarfestival) gevierd. Met dit feest komt er een einde aan het oogstseizoen. Om de goden te danken en alvast tevreden te stellen voor volgend jaar, brengt de bevolking offers. Dit gebeurt zowel op de huisaltaren als in de tempels. Leuk om te zien zijn de traditionele spelletjes die gespeeld worden na het brengen van de offers.
*    September: Een tweede offerfeest staat in teken van de overledenen. Het vijftiendaagse Bonn Dak Ben feest in september wordt op de laatste dag afgesloten met de nacht van Bonn Phchum Ben. Als er om twaalf uur die nacht, tijdens volle maan, geen offers zijn gebracht door de familie van een overledene, dan gelooft men in de dodenvloek. Deze vloek zou de geest van het overleden familielid ertoe aanzetten om de familie een jaar lang lastig te vallen.
*    November: De belangrijkste feestdag in Cambodja is de onafhankelijkheidsdag. Deze nationale feestdag vindt plaats op 9 november. Op deze datum in 1953 werd Cambodja officieel onafhankelijk van Frankrijk. Ieder jaar wordt dit feit gevierd met een groots opgezette galaparade voor het koninklijk paleis in Phnom Penh. Onder het toeziend oog van de koning marcheren vele fanfares en strijdkrachten voor het paleis langs.

Electriciteit
Cambodja en Laos hebben 220 volt, 50 hertz wisselstroom. (Hier en daar komt ook nog 110 volt voor. Sluit je apparatuur pas aan als je zeker weet wat het voltage is.) Tenminste als de stroom niet uitvalt, want stroomstoringen komen regelmatig voor. De elektrische spanning kent in enkele plaatsen grote schommelingen, en dat is niet altijd goed voor je eventuele elektronische apparatuur. Het is geen overbodige luxe een goede zaklantaarn bij je te steken, ook wanneer je 's avonds uit wandelen gaat. Het grote aantal gaten, bulten en greppels in en langs de wegen kan voor lelijke verrassingen zorgen als plotseling het straatlicht wegvalt. In Laos is er alleen maar stroom in de steden. De dorpen zijn daar niet van voorzien. Sommige dorpen beschikken over een generator, dan is er vaak elektriciteit tot een uur of 10 's avonds.

Eten en drinken
Eten is voor iedereen belangrijk, maar in Zuidoost-AziŽ is het vaak verheven tot een levensstijl. In het sociale leven is eten van groot belang. Veel mensen eten niet op vaste tijden: er wordt gegeten wanneer men trek heeft. Daarom kan, zeker in de steden, op ieder tijdstip gegeten worden. Er zijn speciale voedselmarkten, nachtmarkten, noodle-stalletjes langs de weg, en overal mensen die kleine snacks of fruit verkopen. Eten van de straat is zo goedkoop en lekker dat veel mensen maar zelden koken. Op het platteland is dit natuurlijk anders. Let bij het eten op straat op de regel: 'veel klanten = veel verse aanvoer'. Toch moet de gemiddelde westerse maag even wennen aan de andere ingrediŽnten waarmee het eten bereid wordt, en de andersoortige bacteriŽn waar de spijsvertering mee te maken krijgt. Begin dus rustig, niet te heet, niet te gekruid. De bevolking houdt zelf over het algemeen van heet, gekruid eten. Toch zijn niet alle gerechten heet. Er zijn gradaties, en sauzen worden gebruikt om desgewenst extra vuur toe te voegen.

Eten
Bij de Laotiaanse maaltijd worden vaak veel bijgerechten geserveerd. Alles wordt bij de hoofdmaaltijd opgediend, inclusief de soep. Soep wordt in Laos nooit gegeten als voorgerecht. Ook in Cambodja is het hoofdbestanddeel van elke maaltijd rijst. De bijgerechten bestaan uit groente, vis of vlees, maar meestal alleen uit prahoc (vissaus), een onmisbaar bestanddeel in de Cambodjaanse keuken. Vis en schaaldieren worden op talloze manieren verwerkt: in vissoep, kreeftenpasta (kepi), gedroogd, gekookt of gebraden. Een boerenfamilie nuttigt de maaltijd gehurkt op een mat. Men gebruikt een palmblad als bord en eet met de vingers van de rechterhand. Het voedsel wordt minder fijn gesneden dan in de Chinese keuken. Er wordt ruimschoots gebruik gemaakt van scherpe kruiden, chilipepers, gember en peper, waardoor het voedsel in dit warme klimaat langer houdbaar blijft. Over het algemeen lijkt de Cambodjaanse keuken meer op de Indiase dan op de Chinese keuken.

Fruit
Fruit is overal (afhankelijk van het seizoen) te koop, er is een ruime keuze: banaan, mango, papaja, ananas, abrikoos, appel, lychee, custardappel en kokosnoot zijn enige voorbeelden. Ongewone vruchten zijn de heerlijke roze drakenvrucht, de purperen mangosteen (ronde vrucht met sappig zoetzuur smakend wit vruchtvlees), de stinkende (maar lekker smakende) doerian, de jackfruit, de ramboetan (rood 'behaarde' vrucht met een grote pit en sappig vruchtvlees), de waterappel en de pomelo.

Drinkwater
Het water uit de kraan is niet geschikt voor consumptie. Koop flessen gezuiverd drinkwater of mineraalwater (in Vietnam: nuoc suoi). Let er wel op dat de flessen hun oorspronkelijke sluiting hebben. IJsklontjes in je cola zijn ook taboe, die worden immers gemaakt van leidingwater. In andere gevallen worden ze weliswaar van gefilterd water gemaakt, maar op onhygiŽnische manier getransporteerd.

Dranken
Thee en koffie (vaak Nescafť) is vrijwel overal verkrijgbaar. Vaak worden ze ook opgediend met ijs, als ijsthee of ijskoffie. Frisdrankjes zijn tevens alom te koop. In verband met het statiegeld op de flesjes, wordt de flesinhoud vaak op straat even overgegoten in een plastic zakje, met daarin een rietje gestoken. Ook worden er heerlijke vruchtensappen te koop aangeboden met daarin de verschillende lokale fruitsoorten. Bier is duur en smaakt vaak nogal bitter. Als sterke drank kun je de goedkope Thaise Mekong-whisky kopen, maar ook westerse merken. Wijn is alleen verkrijgbaar in de dure restaurants en luxe winkels.

Fooien
Fooien zijn in AziŽ erg in tel, maar nog geen algemeen gebruik in Vietnam, Cambodja en Laos. Voor obers, koffersjouwers, kamermeisjes, touringcarchauffeurs, taxichauffeurs en reisbegeleid(st)ers zijn fooien een mooie aanvulling op hun karige loon. Overigens heeft de fooi in een hotel of restaurant waar je vaker komt ook een andere functie. Het personeel wordt er vaak aanzienlijk attenter door. In eenvoudige restaurants of eetkraampjes langs de weg verwacht men meestal geen fooi. Het is tevens beleefd een kleine donatie achter te laten na het bezoek aan een pagode.

Fotograferen en filmen
Zuidoost-AziŽ is bijzonder fotogeniek: prachtige landschappen, een kleurrijke bergbevolking, historische plaatsen en het leven op het water. Je kunt er bijna alles fotograferen, behoudens in sommige tempels. Over het algemeen staat dit aangegeven op een bordje. Je mag geen militaire objecten (bruggen, havens, vliegvelden of ambtelijke gebouwen) of gebieden fotograferen. Het fotograferen van politie(bureaus) kan hier ook problemen geven. De lokale bevolking gaat over het algemeen graag op de foto, maar vraag van tevoren altijd even toestemming. Niet iedereen wil graag op de foto. Met name in bergdorpen heeft men er een hekel aan. Ook monniken van veel bezochte tempels zijn inmiddels wat foto-moe geworden. Respecteer het als men bezwaar maakt. Op plekken waar veel toeristen komen moet je betalen voor het gebruiken van een foto- of videocamera.

Geld- en bankzaken

De Laotiaanse munteenheid is de kip (LAK). Er zijn geen munten in omloop. Het geld begint bij biljetten van 500 kip, gevolgd door 1000, 2000, 5000, 10.000 en 20.000. In winkels en restaurants wisselt men vaak met biljetten van 500 en 1000 en je loopt dus al snel met een grote stapel papiergeld op zak. Je kunt overigens in de steden vaak ook betalen met dollars (kleine onbeschadigde biljetten). Voor ťťn euro ontvang je ongeveer 11.140 kip (november 2008). Travellercheques zijn zo goed als onbruikbaar, alleen in Vientiane kunnen travellercheques (in US dollars) worden ingewisseld bij de bank. Creditcards zijn zo goed als waardeloos in Laos, behalve in de tophotels en restaurants in Vientiane en Luang Prabang. Er zijn in Laos nog geen geldautomaten. Het is raadzaam contante dollars mee te nemen, die kun je overal omwisselen voor kip.

De Cambodjaanse munteenheid is de riel (KHR). Er zijn geen munten in omloop. Het geld begint bij biljetten van 100 riel, gevolgd door 200, 500, 1000, 2000, 5000, 10.000, 20.000, 50.000 en 100.000. Voor ťťn euro ontvang je 5.300 riel (november 2008). Hoewel je in Phnom Penh en Siem Reap hier en daar kunt betalen met een creditcard, is het handiger om (onbeschadigde) biljetten van 1, 5 en 10 dollar bij je te hebben. Cambodja is de afgelopen jaren een dollar-economie geworden. De Cambodjanen ronden voor toeristen alle bedragen af op hele dollars. Let er dus op dat je voor kleine dingen in riel betaalt. Als je niet oppast betaal je namelijk voor alles in dollars (hoewel het wisselgeld soms in riel wordt teruggegeven). Travellercheques (in Amerikaanse dollars) worden door de meeste banken geaccepteerd. Met creditcards kun je alleen in de betere hotels en restaurants terecht. Er zijn maar weinig banken die contant geld uitbetalen op je creditcard. In Phnom Penh en Siem Reap kun je Amerikaanse dollars pinnen.

Eten en drinken
Leidingwater is niet geschikt voor consumptie. Het water dat in (thermos)kannen op de kamer wordt gezet is gekookt en drinkbaar. Zorg wel dat het regelmatig wordt ververst. Mineraalwater is meestal wel te koop maar duur. Sodawater is een goed alternatief. Als je een drankje bestelt vraag dan of ze er geen ijsblokjes indoen, omdat die meestal van ongekookt leidingwater worden gemaakt en ziektekiemen kunnen bevatten. Overigens zullen in de meeste hotels waar veel westerse toeristen verblijven, de ijsblokjes van gekookt water zijn gemaakt; informeer ernaar. In kleine eettentjes kun je beter geen van tevoren geschilde vruchten of salades eten. Eet bij voorkeur in drukke restaurants. De mensen eten er niet voor niets en de omloopsnelheid van het bereide eten is hoog. Eet geen consumptie-ijs, behalve in dure restaurants. Was je handen goed voor je gaat eten.

Klimaat
Laos heeft een tropisch klimaat, dat in drie seizoenen verdeeld kan worden: het is erg heet tussen maart en mei. Daarna komt de moesson gedurende de maanden mei tot en met september. Het kan van november tot en met maart erg koud zijn. Cambodja heeft een tropisch moessonklimaat met twee regentijden. In de zomer, van juni tot oktober, heerst de zuidwestmoesson en is de luchtvochtigheid hoog. Vooral 's middags kunnen er zware stortregens vallen. De natste maanden in Cambodja zijn augustus en september. De wintermoesson brengt slechts af en toe een bui.

Beste reistijd
Laos en Cambodja hebben geen vier seizoenen zoals we die in Europa kennen. Het klimaat van deze landen wordt vooral bepaald door droge en natte tijden. Grofweg valt in de streken waar we doorheen reizen de regentijd van mei tot oktober en de droge tijd van november tot en met april. In het algemeen moet je er dan ook rekening mee houden dat er het hele jaar door buien kunnen vallen. Het is echter ook het hele jaar warm en vaak zeer zonnig. De beste tijd om op deze reis te gaan is tussen eind oktober en maart, tijdens deze maanden regent het het minst en is de temperatuur niet te heet. In Laos kan het in deze periode erg koud zijn!