Home
Landen overzicht
Land informatie
Route
Reisverslag
Foto's
 
 
 
 
 
 

 

2opreis.com

Nepal-Tibet

 


Land en landschap

Tibet beslaat een gebied dat tweemaal zo groot is als Frankrijk en wordt voor een groot deel omsloten door China. In het zuiden grenst Tibet aan India, Nepal, Sikkim, Bhutan en Birma. Tibet wordt ook wel 'het Dak van de Wereld' genoemd omdat het overgrote deel van het land is gelegen tussen de 4000 en 5000 meter hoogte. Aan de zuidzijde ligt het Himalayagebergte met de hoogste toppen ter wereld. Noordelijk daarvan liggen onder meer uitgestrekte graslanden en hoogvlaktes tot 5000 meter. De hoogte heeft een ingrijpende invloed op de overlevingsmogelijkheden voor flora, fauna en de mens. Zowel planten als dieren hebben zich moeten aanpassen om hier te overleven. Helaas staat ook in Tibet de natuur steeds zwaarder onder druk, vooral als gevolg van kaalslag. In Tibet ontspringen enkele belangrijke rivieren van Azië zoals de Yangtzi en de Mekong. Een typisch Tibetaans dier dat we zeker zullen zien, is de yak. Dit langharige rund kan extreem lage temperaturen weerstaan en levert de bevolking melk, boter, kaas, vlees, leer en wol. Meest bijzondere 'diersoort' is natuurlijk de yeti, oftewel de 'Verschrikkelijke Sneeuwman', maar dat we deze legendarische bewoner van het hooggebergte zullen treffen, is zeer onwaarschijnlijk. Tibet is gelegen in de ontoegankelijke bergen van de Himalaya. Door het natuurlijke en zelfgekozen isolement heeft het land altijd haar mysterieuze uitstraling behouden en tot ver in de twintigste eeuw waren buitenlandse bezoekers niet welkom. De geschiedenis van de Tibetanen gaat terug tot in de middeleeuwen. Al in de 7de eeuw heerste er onder Songtsen Gampo een machtig rijk dat belangrijke zijderoutes en gebieden in Nepal en Yunnan (China) domineerde. Toen dit rijk uiteenviel in kleinere feodale rijken, begonnen de kloosters snel aan macht te winnen. Het boeddhisme was al eeuwenlang de voornaamste religie in de omringende landen en drong ondertussen ook steeds meer tot Tibet door. Het boeddhisme werd hier echter niet klakkeloos overgenomen. Uit een mengeling van brahmanisme en de traditionele, animistische Bon-religie ontwikkelde zich het Tibetaanse boeddhisme en uiteindelijk het lamaïsme. In de loop der eeuwen kregen de kloosters steeds meer wereldlijke, politieke macht en in de zeventiende eeuw verkreeg de geelkapsekte na een conflict met de roodkapsekte, de absolute macht over het land. De leider nam de titel aan van Dalai Lama dat letterlijk 'Oceaan van Wijsheid' betekent. Iedere nieuwe Dalai Lama is een reïncarnatie van de voorgaande, iets wat middels speciale procedures wordt vastgesteld. De Dalai Lama was een absoluut heerser die regeerde over een arm land waar tot 1950 slavernij nog de gewoonste zaak van de wereld was. Aan de heerschappij van de Dalai Lama kwam abrupt een eind toen buurland China in 1950 het land binnenviel en 'bevrijdde' van het juk van de geestelijken. De Chinese bezetting leidde tot een exodus van honderdduizend Tibetanen, 1,2 miljoen doden en vernietigde het overgrote deel van Tibet's culturele en religieuze erfenis. Van de 1600 kloosters zijn er slechts tien bewaard gebleven. De Dalai Lama vluchtte naar India waar hij nog steeds in ballingschap leeft. Het Tibetaanse volk had ondertussen zwaar te lijden onder de Maoïstische politiek en de Culturele Revolutie. Ondanks het verzet en protesten uit alle hoeken van de wereld is de aanwezigheid van China in Tibet onverzettelijker dan ooit. Door een politiek van culturele invasie, door 'import' van Chinezen, verstedelijking en Chinese bouwprojecten voltrekt zich een onomkeerbaar proces. Ondanks een geleidelijke toename van vrijheid voor de diverse culturen in China zelf, lijkt de Chinese regering vast van plan de controle in haar 'opstandige provincie' met strakke hand te behouden.

Nepal is een rechthoekig land dat van noordwest naar zuidoost een afstand heeft van zo'n 850 km en een maximale breedte heeft van 220 km. Het is met een oppervlakte van 147.000 km² vier maal zo groot als Nederland. Het land ligt ingeklemd tussen het door China bezette Tibet aan de noordoostkant en India, dat het aan de overige drie zijden omgeeft. Nepal wordt gedomineerd door het hoogste gebergte ter wereld, de Himalaya, waarvan de hoogste bergketen het land grotendeels afgrendelt van Tibet met toppen zoals de Mount Everest - bij de Nepalezen bekend als Sagarmatha (8848 m) - Manaslu (8156 m) en de Lhotse (8516 m). Volgens de huidige stand van de wetenschap is de ontwikkeling van de Himalaya zo'n 30 miljoen jaar geleden begonnen, toen de Indiase landmassa tegen het Euraziatische continent botste als gevolg van immense tektonische bewegingen in de afkoelende aardkorst. De Indiase schol schoof onder de Euraziatische met als gevolg het ontstaan van de Himalaya. Voor die tijd maakte het gebied waarin Nepal ligt deel uit van een oceaan, waarvan de Middellandse Zee nog een overblijfsel is. Hoog in de bergen worden dan ook ammonieten gevonden die aan toeristen worden verkocht voor enkele euro's. De verscheidenheid aan natuur in Nepal is enorm doordat in een klein gebied met hoogteverschillen van kilometers veel klimaatzones vlak naast elkaar bestaan. Er zijn grote gebieden waar ijs en sneeuw eeuwig heersen en zeldzame diersoorten zoals het sneeuwluipaard voorkomen. Maar daarnaast zijn er jungles en grasvlaktes waar het 's zomers 40 graden kan worden. Hier lopen nog neushoorns en wilde buffels rond. Daartussen vinden we naald- en rododendronbossen en alpenweiden waar wilde geiten zwerven. Slechts een vijfde deel van het land is in cultuur gebracht, vooral in de vorm van prachtige terrassen waar rijst wordt verbouwd. Een groot deel van Nepal is door zijn bergachtige landschap nog nauwelijks ontsloten en uitsluitend per voet of met kleine vliegtuigen te bereiken. Vooral het noordwesten is schaars bevolkt en weinig aangetast door mensenhanden. Wat nu Nepal is, was ooit een verzameling van kleine feodale staatjes, ingeklemd tussen Tibet en het Moghul India. In 1324 werden de kleine rijkjes onder de voet gelopen door een heerser uit Rajput, die op de vlucht was geslagen voor de moslims. Zijn afstammelingen zouden tot 1768 over Nepal heersen totdat het land werd overwonnen door de Gurkhas, een volk van Tibetaans-Mongoolse oorsprong. De Gurkhas die bekend stonden uitmuntende strijders te zijn, deden tevens een poging Tibet te bezetten. Zij werden echter verslagen door de Chinezen die voor korte tijd ook Nepal bezetten. In 1791 sloten de Gurkhas een verdrag met de Britten in India, maar grensgeschillen leidden in 1814 tot een oorlog tussen Groot-Brittannië en Nepal. In een afgedwongen wapenstilstand in 1816, moest Nepal een groot gedeelte van haar grensgebieden afstaan aan Brits-Indië. In 1923 werd de onafhankelijkheid van Nepal officieel. Om als geïsoleerd, klein koninkrijk ingeklemd tussen twee grootmachten de onafhankelijkheid veilig te stellen, probeerde koning Birendra de relaties met India en China niet te verstoren. In 1990 werd het verbod op politieke partijen opgeheven en niet veel later werd er een nieuwe grondwet ingesteld. Momenteel is Nepal een constitutionele monarchie met een meerpartijenstelsel. Koning Birendra is in 2001 door een familielid vermoord, en inmiddels door zijn broer opgevolgd.

Bevolking en cultuur

Tibet
De Tibetaanse bevolking bestaat oorspronkelijk uit een verzameling van zeer uiteenlopende culturen. Sinds de Chinese bezetting zijn ook buiten Tibet, in onder andere India en Nepal, grote Tibetaanse gemeenschappen te vinden. Door de actieve immigratiepolitiek van China leven er naast de lamaïstische Tibetanen tegenwoordig buitengewoon veel Han-Chinezen in Tibet. Zij wonen voornamelijk in de grotere plaatsen zoals Lhasa en Shigatse en zijn actief in de industrie, handel en het leger. De meeste Tibetanen leven van de landbouw en de veeteelt. De veelzijdigheid van de Tibetaanse bevolking is goed te zien op bijvoorbeeld de Barkhor Bazar in Lhasa. Vanuit het gehele land komen hier pelgrims naartoe om te bidden, waarbij onder andere de nomadische Kampa opvallen.

Nepal
De ruim 21 miljoen inwoners van Nepal zijn onder te verdelen in circa 35 verschillende etnische groepen die ieder hun eigen taal en cultuur hebben. Grofweg vallen deze bevolkingsgroepen uiteen in drie hoofdgroepen: de Indo-Ariërs, de Tibeto-Birmanen (waaronder de Newars) en de uit Tibet afkomstige bewoners onder wie de Sherpa's. Ongeveer veertig procent van de bevolking woont in de vlakke en vruchtbare Terai, de overige zestig procent woont in de heuvels en de bergen. De hooggelegen delen van de bergen zijn zeer dun bevolkt.

Godsdienst
De belangrijkste religie in Tibet is het lamaïsme, voortgekomen uit een mix van de animistische Bon-religie en het tantrisch boeddhisme. Er zijn meerdere sekten, waarvan de Gelukpa of geelkapsekte (herkenbaar aan de goudgele mutsen) de belangrijkste is met de Dalai Lama die in ballingschap leeft, als leider. De Panchen Lama behoort tot de roodkapsekte. Beiden lama's worden beschouwd als levende boeddha's. Hoewel er tijdens de Chinese overheersing veel religieuze bouwwerken zijn vernietigd, blijven de overgebleven kloosters kenmerkend voor het Tibetaanse landschap. Vooral tijdens de bezoeken aan de Tibetaanse lama-kloosters zijn de religieuze aspecten duidelijk terug te vinden.

Nepal is het enige hindoe-koninkrijk ter wereld. De koning van Nepal wordt vereerd als de belichaming van de god Vishnoe. Naast het hindoeïsme dat door het overgrote deel van de Nepalezen wordt beleden, is het boeddhisme de tweede godsdienst. Beide godsdiensten zijn in Nepal zo met elkaar verweven dat het bijna onmogelijk is om ze te scheiden. Een van de bindende factoren van de religies vormt de tantra, een geheimzinnige en symbolische, religieuze filosofie die tussen de tiende en vijftiende eeuw is ontstaan. In het tantraïsme speelt de verering van demonen een belangrijke rol.

Een zeer kleine minderheid in Nepal is islamitisch. De godsdienst speelt een uiterst belangrijke rol in het dagelijkse leven. Door het hele land komen we kleine heiligdommen, tempels, godenbeelden, heilige afbeeldingen en mystieke symbolen tegen en overal zijn mensen bezig met uitvoeren van religieuze handelingen. De religie heeft ook duidelijk zijn weerslag op de kunst en in de architectuur. Bekend voorbeeld van deze laatste is de stoepa, de unieke koepelvormige tempel die een relikwie van Boeddha bewaart. Boeddha werd geboren in Lumbini, in de Nepalese Terai, in de 6de eeuw v.Chr. Tijdens zijn luxe leven als prins werd hij geconfronteerd met het lijden van de mensen om hem heen. Na een lange meditatie verwierf hij verlichting en begon een nieuwe levensleer te verkondigen. Het boeddhisme is feitelijk een hervormingsbeweging van het hindoeïsme en veel elementen van beide religies komen overeen. Op een aantal belangrijke aspecten verwierp Boeddha de gangbare leer echter. De Brahmaanse rituele verering van de goden en het kastensysteem waren twee belangrijke zaken die hij verwerpelijk vond. De grondgedachte van het boeddhisme is dat het werelds bestaan lijden inhoudt, een kringloop van wedergeboorten (reïncarnaties) waaruit de mens zich moet bevrijden.

Het hindoeïsme is niet gesticht door één profeet of gegrondvest op één boek, maar op een bouwwerk van boeken, meesters, godenvereringen, kasten en leefregels. Het woord zelf is bedacht door de islamieten die het subcontinent vanaf de 9de eeuw binnenvielen en alle heidense praktijken die ze er aantroffen, samen hebben gevat met het woord `hind'. Het hindoeïsme is feitelijk een samenklontering van religies. Maar in het woord 'religie' komt de alomvattendheid van het hindoeïsme niet tot uiting. De godenverering is heel belangrijk in het hindoeïsme. Volgens sommige geschriften zijn er 330 miljoen goden. Typerend voor het hindoeïsme is het kastensysteem, de indeling van de bevolking in een hiërarchie van overgeërfde sociale klassen. Elke hindoe wordt geboren in een kaste waarvan hij de rest van zijn leven deel blijft uitmaken. De hoogste kaste is die der Brahmanen of Bahuns, waaruit de geestelijkheid voortkomt. Daaronder staat de kaste der Ksatriya's of Chettri's, de soldaten en bestuurders. Eigenlijk is dit de kaste met de ware macht. Brahmanen dienen zich niet zo bezig te houden met succes in het ondermaanse, maar kunnen wel grote invloed uitoefenen doordat ze de schriftgeleerden zijn en een intieme relatie onderhouden met hun godenwereld. Weer een stapje lager op de ladder staan de Vaisya's, die de kaste der handelaars vormen en tenslotte is er de grote massa van de Sudra's, de boeren. Wat rest, is nog een kasteloze groep, de Paria's. Deze mensen worden als zeer onrein beschouwd en mogen slechts de meest vieze karweitjes opknappen, zoals rioolreiniging en lijkverbranding. Echter door de toenemende bevolkingsdruk in de Kathmanduvallei, die een schrijnende werkeloosheid met zich meebrengt, zie je langzaam een verschuiving optreden. Elke hindoe heeft een klein huisaltaar waar de lievelingsgoden een plaatsje hebben. Het zijn meestal veelkleurige afbeeldingen van deze goden, die in onze ogen meer iets weg hebben van fantastische stripverhaalfiguren. Sommige mensen richten zich vooral op Vishnoe, anderen meer op Shiva, maar in geen enkel huis ontbreken Ganesh (de god van wijsheid en geluk met het olifantenhoofd) en Lakshmi. De belangrijkste puja's die dagelijks in de tempels worden gehouden, vinden plaats bij zonsop- en zonsondergang. Onder het geroffel van trommels, het rinkelen van belletjes, het geluid van blaasinstrumenten en het reciteren van de veda's wordt er een offer gebracht dat de vier elementen, lucht, aarde, water en licht of vuur vertegenwoordigt. Een ander belangrijk religieus gebeuren is darshan, ofwel het zien van een beeld van de god, of zoals in Kathmandu de levende godin Kumari. Bij processies worden godenbeelden rondgedragen zodat de mensen de goden kunnen zien, want dat is bevorderlijk voor het zielenheil. Prasad is geheiligd voedsel, dat eerst geofferd wordt aan de god(in) en daarna genuttigd wordt ter bescherming.

Afdingen
Afdingen is in Tibet en Nepal heel gewoon. Zeker bij souvenirverkopers moet je afdingen. Als je in straatstalletjes gaat eten, moet je altijd vooraf duidelijk de prijs overeen komen.

Kledingvoorschriften
Uit respect voor de gebruiken en tradities van dit gebied is het aan te raden om niet al te bloot en te opzichtig rond te lopen. Zeker niet in kerken, tempels, moskeeën en kleine dorpjes. Voor vrouwen is het niet raadzaam om in Tibet en Nepal een minirok, korte broek of topje te dragen. Wij adviseren je ook een lange broek en bovenkleding met mouwtjes mee te nemen. Ook mannen dienen rekening te houden met hun kleding. Een korte broek wordt over het algemeen als ongepast beschouwd.

Toiletten
De openbare toiletten in Tibet kennen absoluut geen privacy. Als er tussenschotten tot kniehoogte staan, dan is dat veel. Bovendien zijn de meeste openbare wc's ronduit smerig. Een hygiënisch voordeel is dat het zowel in Nepal als Tibet meestal hurktoiletten betreft, zodat je niets hoeft aan te raken.

Tempelbezoek
Bij het bezoeken van boeddhistische tempels of kloosters verzoeken wij je de volgende regels aan te houden, uit beleefdheid en respect voor de bevolking. Draag geen shorts (ook mannen niet) of minirok bij het bezoeken van een tempel. Loop altijd linksom een stoepa, tempel of een manistenenmuur (dus met de klok mee).

Feestdagen
In Tibet worden er een aantal plaatselijke (religieuze) festiviteiten vastgesteld aan de hand van de Tibetaanse kalender. Omdat de stand van de maan daarbij bepalend is, veranderen de data ieder jaar. Het belangrijkste feest is Losar, het Tibetaanse nieuwjaarsfeest, dat meestal in februari valt. Het gaat onder andere gepaard met oorverdovend vuurwerk. Ook worden honden opgehitst om te blaffen. Het lawaai dat ontstaat is bedoeld om duivels en boze geesten te verdrijven. De geboortedag van de Dalai Lama wordt gevierd op 6 juli. Tijdens deze feestdag strooien Tibetanen elkaar onder met tsampa. Sommige kloosters hebben een eigen festival, zoals Tashilhunpo (tweede week van de vijfde maand) en Drepung (dertigste dag van de zesde maand). Met name het ophangen van een grote thangka, een beschilderd religieus doek, is daarbij een opmerkelijke happening. Het Yoghurt- of Shotongfestival, waarbij gemaskerde dansen ten uitvoer worden gebracht, vangt begin augustus in Drepung aan en verplaatst zich naar het Norbulinka.

Eten en drinken

Tibet
De Tibetaanse keuken steekt nogal schril af bij de uitgebreide en verfijnde Chinese keuken. Als gevolg van de vaak barre omstandigheden waaronder de mensen moeten overleven en de beperkte mogelijkheden om voedsel te verbouwen, is het traditionele menu niet echt afwisselend. Als dranken zijn yakboterthee (gezouten thee met yakboter) en chang (bier) geliefd. Tsampa, een stevige brij van gerst vormt het voornaamste bestand van een maaltijd, aangevuld met yakvlees, yakkaas en yakboter. Thukpa, vettige noedelsoep met groenten en/of vlees, staat ook vaak op het menu. Momo's, meelballetjes, gevuld met groenten en gehakt, worden in de regel door toeristen goed gewaardeerd. Tijdens de reis in Tibet kunnen we deze traditionele gerechten proeven, maar er zijn tevens vele restaurants die Chinese en westerse gerechten serveren. Sommige Tibetaanse restaurants in Lhasa komen speciaal voor toeristen met yakburgers op de proppen. Internationale voedselketens schitteren in Tibet gelukkig nog steeds door afwezigheid.

Nepal
Een doorsnee Nepalese maaltijd wordt gevormd door een chapati, een platte pannenkoek, met rijst en dal, een soort linzenpuree. Vaak wordt dit geserveerd met groente en hete pepers. Het lokale menu kent weinig vlees of ei en op plekken waar geen rijst kan worden verbouwd, vormen aardappelen, maïs en gerst de voornaamste bestanddelen van een maaltijd. Een ander veel gegeten gerecht is curry van aardappelen. Traditioneel wordt in Nepal met de rechterhand gegeten, waarbij brood of een chapati als lepel fungeert. Daar de Nepalese keuken niet echt tot de verbeelding spreekt, kun je in de hoofdstad je hart ophalen aan de Chinese en Tibetaanse keuken en vind je er Italiaanse, Amerikaanse, Mexicaanse, Thaise, Franse, Duitse, Japanse, Afghaanse, Russische, Indiase en Pakistaanse restaurants.

Hoogteziekte
Ongeveer de helft van mensen die verblijven op hoogtes boven de 3500 meter krijgt in meer of mindere mate last van hoogteziekte. Het is een reactie van het lichaam op het steeds lagere zuurstofgehalte in de lucht. Het belangrijkste probleem is het ontstaan van vochtophoping in de longen en/of de hersenen. Hoogteziekte is potentieel levensbedreigend. Je dient alert te zijn op de symptomen bij jezelf en degenen met wie je reist. Voordat de symptomen worden beschreven, eerst nog dit: het krijgen van hoogteziekte is niet afhankelijk van lichamelijke fitheid of routine in het lopen op grote hoogten. Ook geroutineerde bergwandelaars en zelfs dragers in Nepal kunnen er na vele keren voor het eerst last van krijgen. Mensen onder de dertig jaar, mensen die eerder hoogteziekte hebben gehad en mensen met long- en hartproblemen lopen een groter risico. Ook mensen die zich nodeloos het tempo van de groep laten voorschrijven, lopen meer risico. Er is een heel scala aan symptomen bij hoogteziekte. De Franse alpinistenvereniging werkt met een puntensysteem om de ernst van de situatie te kunnen inschatten. Symptomen met 1 punt zijn: misselijkheid, hoofdpijn, slapeloosheid, duizeligheid. Twee punten: overgeven, hoofdpijn die niet op aspirine reageert. Drie punten: enorme vermoeidheid, kortademigheid of benauwdheid zonder inspanning, heel weinig plassen. Scoort iemand niet meer dan 3 punten, dan kun je langzaam verder omhoog, maar beter is pas door te gaan tot de symptomen weg zijn. Tussen 4 en 6 punten moet je uitkijken en wachten tot de symptomen verdwenen zijn, of als het kan een paar honderd meter dalen. Meer dan 6 punten betekent: levensbedreigend, onmiddellijk afdalen, de zieke mag niet op deze hoogte blijven en zeker niet op deze hoogte slapen. Tijdens deze reis verblijven op maximaal 4200 meter hoogte. Dit is geen hoogte waarbij grote problemen verwacht kunnen worden maar wees wel alert. Waarschijnlijk zullen de meeste reizigers het verschil vooral voelen bij lichamelijke inspanning. Op een hoogte van 4000 meter kan het beklimmen van twee trappen al een hele opgaaf zijn. Het rustig aan doen en zo nu en dan een kop cocathee drinken helpt vaak het beste.

Klimaat
De beste perioden voor een bezoek aan Tibet en Nepal zijn de lente en de herfst. In Tibet zorgt de hoogte voor extreme klimaatsverschillen: Het hele jaar door moet men voorbereid zijn voor een keldering van de temperatuur in de nacht.

Beste reistijd
De beste reistijd is mei tot november. Lhasa en Shigatse kennen in deze periode heerlijk mild weer, hoewel er in juli en augustus redelijk wat regen kan vallen. Hierdoor worden sommige gebieden soms onbegaanbaar en kan het zicht op de bergen beperkt zijn. De koudste maanden zijn december, januari en februari. Door de zuidelijke ligging van Nepal kent het land een warm klimaat en milde winters, vooral in de lagere gedeelten. Het sneeuwt zelden onder de tweeduizend meter. De lente loopt van maart tot mei en is warm en vochtig. De zomer wordt gedomineerd door de moessonregens en in de winter is het koel en helder.